Filipijnse geschiedenis

Dit artikel gaat over de Filipijnse geschiedenis. In dit artikel over de geschiedenis van de Filipijnen kom je alles te weten over de verschillende perioden in de geschiedenis van de Filipijnen.

Inhoudsopgave

De oorsprong van de Filipijnse geschiedenis

Er zijn verschillende theorieën over hoe, wanneer en waarom de eerste mensen op de Filipijnen aankwamen. Hieronder staan 4 theorieën beschreven:

  • De Beyer migratietheorie
    Beyer stelt dat er 250.000 jaar geleden al mensen leefden op de Filipijnen. Deze mensen leefden in grotten en vertoonden gelijkenissen met onder andere de “Java man”. Beyer stelt in zijn theorie dat er vroeger bij laag water verschillende landbruggen ontstonden waarover de eerste bewoners de Filipijnen hebben kunnen bereiken. In het tijdperk van de ontwikkeling van zeewaardige boten ontstond er een nieuwe manier om te migreren naar de Filipijnen. De nieuwe migranten vervingen de oorspronkelijke bevolking. De eerste migranten waren de Negritos die 30.000 tot 20.000 jaar geleden op de Filipijnen aankwamen. De tweede golf was 6.000 tot 5.000 jaar geleden, bestaande uit zeevaarders uit Indonesië. De uiteindelijke kolonisten waren de mensen uit Maleisië. Zij brachten de ijzertijd naar de Filipijnen en waren de dominante groep tot aan de Spaanse tijd.
  • De Bellwood Austronesian theorie
    Bellwood stelt dat de eerste bewoners van de Filipijnen uit Taiwan kwamen en baseert zijn theorie grotendeels op de overeenkomsten in taal. Bellwood stelt dat 6.500 tot 6.000 jaar geleden mensen vanuit China migreerde naar Taiwan. Hier ontstond een unieke taal: het Proto-Austronesia. Deze mensen migreerden 4.500 tot 3500 jaar geleden vanuit Taiwan richting de Filipijnen en Indonesië en zijn, volgens deze theorie, de oorspronkelijke bewoners.
  • De Solheim Nusantao Maritieme Handels- en Communicatienetwerk theorie
    Nusantao betekent mensen uit het zuiden. Solheim baseert zich op gevonden artefacten die suggereren dat er een handels- en communicatienetwerk bestond in de Aziatische-Pacifische regio. Solheim stelt dat de migratie niet alleen uit Taiwan kwam maar vooral vanuit Zuidoost-Azië, specifiek Vietnam. Ook stelt hij dat er tussen 10.000 en 2.500 jaar geleden een handelsnetwerk was in de Aziatische-Pacifische regio en dat 7.000 jaar geleden de eerste mensen, uit dat netwerk, op de Filipijnen aankwamen.
  • De Jocano lokale oorsprong theorie
    Jocano stelt dat de Filipijnse cultuur niet uit Maleisië afkomstig is maar veel ouder is. Hij baseert zich op fossielen, waaronder de “Tabon man”. Als de “Tabon man” echt 20.000 jaar geleden geleefd heeft kan deze niet uit Maleisië afkomstig zijn geweest. Volgens Jocano zijn de hedendaagse Filipino’s afstammelingen van de evolutie van de eerste mensen samen met de migratie van mensen naar de Filipijnen.

De Filipijnse geschiedenis: de prehistorie

Er zijn fossiele overblijfselen gevonden van een mens in de Callao grot in de provincie Cagayan op de Filipijnen. Koolstofdatering heeft uitgewezen dat er 67.000 jaar geleden al mensen leefden op de Filipijnen. Ook bewijst dit dat er al mensen op de Filipijnen waren, lang voordat de Negritos en de Austronesians op de Filipijnen aankwamen. De Negritos waren de eerste migranten, gevolgd door Maleisisch-Polynesisch sprekende mensen, behorende tot de Austronesians, ongeveer 6.000 jaar geleden. Uit Jade artefacten, die te herleiden zijn uit Taiwan, weten we dat er 4.000 jaar geleden contact was tussen mensen uit de Filipijnen en mensen uit Taiwan. 3.000 jaar geleden waren er vier soorten stammen te onderscheiden op de Filipijnen. Allereerst de jager-verzamelaars levend in de bossen zoals de: Aetas, de Hanunoo, de Ilongots en de Mangyan. Dan waren er de krijgerstammen van de open vlaktes zoals de Isneg en de Kalinga. Ook waren er de bergbewoners uit Luzon zoals de Ifugao en de zeevarende mensen langs de rivieren en de kusten.

De Filipijnse geschiedenis: de Sa Huyun periode

Tussen 1000 BC en 200 AD ging het goed met de Sa Huyun cultuur. Deze cultuur was wijdverspreid in centraal en zuid Vietnam en de Filipijnen. De Sa Huyun staan bekent omdat ze hun overledenen begraven in prachtig gedecoreerde potten. Deze potten zijn onder andere gevonden in de Tabon grot op Palawan. De Sa Huyun maakten gebruik van materialen die niet voorkwamen in het gebied waar ze leefden, daarom vermoed men dat ze een groot handelsnetwerk hadden om aan deze materialen te komen.

De Filipijnse geschiedenis: de pre-koloniale periode

Er is een koperen document gevonden uit het jaar 900, genaamd de Laguna inscriptie. Dit wordt beschouwd als de eerst geschreven document op de Filipijnen en het begin van de Pre-koloniale periode. Het is geschreven in Kawi, een oud Maleisische taal. Dit document dient nu als bewijs dat er culturele connecties waren tussen het koninkrijk Tondo en verschillende koninkrijken in Azië, waaronder het Javaanse koninkrijk en koninkrijken in India. In die tijd waren er verschillende semiautonome dorpen en stadstaten.

Tondo was rond 900 een koninkrijk en een van de drie stadstaten, gelegen bij het hedendaagse Manila. De andere twee waren Namayan, de oudste staat van de drie gebaseerd op de Indiase cultuur en het koninkrijk Maynila, een vazalstaat van het Bruneiaanse rijk. Het koninkrijk Tondo zou uiteindelijk in 1500 uitgroeien tot de grootste staat binnen de Filipijnen en regeren over Luzon. Het koninkrijk Tondo was afkomstig uit Maleisië en de cultuur was gebaseerd op het hindoeïsme en het boeddhisme.

In 1500 bereikte er een andere grote speler de Filipijnen: het Sultanaat. Het Sultanaat van Brunei wilde meeprofiteren van de lucratieve handel met China en viel uiteindelijk het koninkrijk Tondo aan vanwege de monopolie positie van Tondo in de handel met de Chinezen. Het koninkrijk Tondo werd verslagen door het Bruneiaanse rijk. Het Bruneiaanse rijk was overwegend moslim waardoor de Islam een prominente plek op Luzon en Mindanao kreeg.

In die tijd waren er ook belangrijke andere staten waaronder:

  • Kedatuan van Madja-as
    Een natie gebaseerd op de Indiase cultuur gevlucht na de ineenstorting van het Srivijaya rijk op Sumatra en neergestreken op Panay in de Visayas.
  • Kedatuan van Dapitan
    Een natie gebaseerd op de Indiase cultuur afkomstig uit Lutao in Mindanao.
  • Radjanaat van Cebu
    Een monarchiele staat gebaseerd op de Indiase cultuur op Cebu. Werd uitgedaagd door Lapu-Lapu.
  • Radjanaat van Butuan
    Een monarchiele staat gebaseerd op de Indiase cultuur op Cebu
  • Ma-I natie
    Stond bekend als een handelspost in Mindoro. Dreef handel met China en Japan.
  • Wangdom van Pangasinan
    Een staat die belasting aan de Ming dynastie betaalde en handelden met China en Japan. Kwam bekend te staan als “de poort naar Japan”

Ook deze staten kregen te maken met de strijd om handel en rijkdom met de verschillende sultanaten. De sultanaten kregen hierbij steun van de Portugezen. Vlak voor de Spaanse aankomst was de Kedatuan van Dapitan uitgegroeid tot een rijke staat en werd verslagen door het sultanaat van Ternate uit Indonesië. Door deze onderlinge verdeeldheid op de Filipijnen was het niet zo moeilijk voor de Spanjaarden om een voet aan wal te krijgen.

De Filipijnse geschiedenis: de Spaanse koloniale periode

De Spaanse koloniale periode begint in 1521 met de aankomst van Ferdinand Magellan op de Filipijnen en eindigt met de Spaanse-Amerikaanse oorlog waarbij de Amerikanen de controle over Manilla overnamen. In het vredesverdrag van Parijs werd afgesproken dat de Filipijnen voor 20 miljoen dollar verkocht werd aan Amerika waarmee de Spaanse koloniale periode van de Filipijnen ten einde kwam.

De Spaanse periode 1500 tot 1600

De Spaanse periode begint in 1521 met de aankomst van de in Portugal geboren Spaanse ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellan. Magellan was in dienst van de Spaanse koning met de opdracht om een westelijke route naar de Molukken te ontdekken. Magallan vertrok op 10 augustus 1519 met vijf schepen en ongeveer 270 man uit Sevilla en bereikte op 16 maart 1521 het eiland Homonhon met drie schepen en nog ongeveer 150 manschappen. Magellan ontmoette Radja Siaiu die hem op 7 april meenam naar Cebu. Daar aangekomen kreeg Magellan een warm onthaal van Radja Humabon. Humabon en zijn vrouw werden door Magellan bekeert tot het Christelijke geloof. Dit moment wordt gezien als het begin van het Christendom op de Filipijnen.

Radja Humabon en zijn bondgenoot Datu Zula hadden een gezamenlijke vijand: Lapu-Lapu. Lapu-Lapu was heerser over het eiland Mactan. Magellan werd gevraagd hem te doden maar in plaats daarvan besloot hij om Lapu-Lapu te bekeren tot het Christendom. Hij dacht dat wanneer Lapu-Lapu zich zou bekeren, de rest van het eiland zou volgen. Er was echter een probleem: Lapu-Lapu wilde niet bekeerd worden. Magallan besloot daarop om te laten zien hoe machtig hij was, in de veronderstelling dat de eilandbewoners het Christendom dan wel zouden accepteren. Maar Magallan had niet op hevig verzet gerekend. Op 27 april voer Magallan samen met 60 bewapende manschappen en 1000 strijders uit Cebu naar het eiland Mactan. Magellan beval de strijders uit Cebu toe te kijken vanuit hun schepen terwijl hij en zijn manschappen aan land gingen om de klus te klaren. Dit mislukte en Magellan werd geraakt door een bamboe speer en stierf. De overgebleven expeditieleden vertrokken daarop eerst naar Palawan en vervolgens, op 21 juni, naar Borneo. Uiteindelijk kwam een van de vijf schepen terug van de expeditie.

In navolging van deze expeditie zouden er nog vijf expedities op pad gestuurd worden. De laatste expeditie, vertrokken in 1542, was het meest succesvolste. In 1543 ontdekte Ruy Lopez de Villalobos de eilanden Samar en Leyte op de Filipijnen en noemde ze Las Islas Filipinas (naar Philip II van Spanje). Deze naam zou uiteindelijk gelden voor alle eilanden van de archipel. Ook ontdekte deze expeditie de terugreis naar Spanje via Mexico en de grote oceaan.

Deze ontdekking was het begin van de handelsroute tussen Manilla en Acapulco in Mexico, beter bekend als de Manilla galjoen. Deze galjoenen vervoerden producten uit China waaronder porselein, zijde, ivoor, kruiden en andere goederen uit Azië. Over land werden deze goederen naar de oostkust van Mexico getransporteerd waar ze met de boot naar Spanje werden vervoerd. Deze goederen werden gekocht met het zilver dat in Mexico gewonnen werd. Men schat dat 1/3 van het gewonnen zilver door de Spanjaarden in Nieuw Spanje en Peru naar het verre oosten is gegaan voor de handel. Deze handelslijn liep van 1565 tot 1815.

De kolonisatie van de Filipijnen begint in 1565 met de bouw van een nederzetting in Cebu door Migual Lopez de Legazpi. Hij arriveerde vanuit Mexico met 5 schepen en 500 man. In 1567 kwamen hier nog 200 soldaten bij die hem in staat stelde om de Portugezen te verjagen en het fundament legde voor de kolonisatie van de archipel.

In 1570 bereikte de Spanjaarden de baai van Manila. Legazpi sloot een vriendschap met de koning van Tondo. De moslim Radja van Manyla, een vazal van de Sultan van Brunei weigerde. In de daaropvolgende veldslag van Bankusay werd de Radja verslagen en gedood. In 1571 bezette de Spanjaarden de koninkrijken van Maynila en Tondo. Manila werd de hoofdstad van de Spaans Oost-Indië. Manilla dankt zijn naam aan de nila struik die daar veel voorkomt.

In 1573 kwam de Chinese piraat Limahong aan in Luzon met 3000 strijders nadat hij uit China was verdreven. Ze starten daar hun eigen koninkrijk en voerde oorlog met de Spaanse kolonisten. Limahong kwam op het idee om Manilla te veroveren maar zijn plan faalde in 1974 en hij werd uit de Filipijnen verdreven en vermoord.

In 1578 begon een nieuwe oorlog die bekend zou komen te staan als de Castille war. Dit was een oorlog tussen de Christelijke Spanjaarden en de Moslims uit Brunei. De reden voor de strijd was de controle over de Filipijnse archipel. Spanje had inmiddels verschillende lokale bondgenoten die uit waren op wraak. Dit waren de Kedatuan van Madja-as en het Radjanaat van Cebu en Butuan. Deze besloten zich bij de Spanjaarden aan te sluiten nadat ze eerst zelf het slachtoffer waren geweest van aanvallen van het sultanaat. Brunei werd door de Spanjaarden veroverd en de Spaanse dominantie in de archipel werd vergroot. Nu hoorde ook de provincies Zambalas, La Union, Ilocos en de kust van Cagayan bij de Spaanse kolonie.

De Spaanse periode 1600 – 1700

Ook deze periode staat in het teken van vele conflicten die de Spaanse kolonisten uitvochten. Een van de doelstellingen van de Spaanse kolonisten was om de lokale bevolking te bekeren tot het Rooms-Katholicisme. Doordat de Islam op dat moment nog niet wijdverspreid was lukte dat vrij gemakkelijk. Dit zorgde ervoor dat het Rooms-Katholicisme snel de meerderheid kreeg op de Filipijnen, behalve op het westelijk deel van Mindanao en in de hooglanden van Luzon.

Allereerst was er de strijd met de Moro bevolking uit Mindanao. De Spaanse kolonisten waren van plan om na de verovering van Brunei ook de Moslims uit het zuiden van Mindanao te bekeren. Deze weigerde wat resulteerde in een langslepend conflict. De Spaanse kolonisten hadden een groter leger en waren beter bewapend maar het lukte ze niet om de Moro stammen te verslaan. Dit kwam mede doordat de Spaanse kolonisten ook rekening moesten houden met andere landen die uit waren op de Filipijnse kolonie. In 1646 vielen bijvoorbeeld de Nederlanders Manilla aan. De Nederlanders werden verslagen door de Spaans-Filipijnse strijdkrachten en moesten hun invasie plannen opgeven.

Doordat de kolonisten op meerdere fronten tegelijk oorlog voerden konden de Moro’s de door Spanje veroverde dorpen op Mindanao en de Visayas plunderen en vielen op zee de Spaanse handelsvloot aan. De Moro’s waren een heilige oorlog begonnen tegen de Spaanse bezetters. De Spaanse kolonisten hadden er genoeg van en besloten een fort op Mindanao te bouwen om de strijd voorgoed te winnen.

Juist op dat moment kwam Manilla voor een nieuwe dreiging te staan. In 1962 was Zheng Chenggong, beter bekend als Koxinga, vanuit Taiwan aangekomen op de Filipijnse archipel met een groot leger. Hij had al enkele dorpen aangevallen en eiste nu geld van de Spaanse kolonisten anders zou zijn volgend doelwit Manilla zijn. De kolonisten weigerde te betalen en in allerijl werden soldaten naar Manilla teruggeroepen om de stad te verdedigen. De aanval bleef echter uit omdat Koxinga stierf. Dit zorgde er echter wel voor dat het plan om met de Moro’s af te rekenen mislukte.

Naast de verschillende conflicten kwam er ook veel vernieuwing in de Filipijnse archipel, waaronder een sociaaleconomische transformatie. Allereerst boekten de Spanjaarden veel vooruitgang met de kolonisatie van de Filipijnen en het verspreiden van het Christendom. Door de Manilla-Acapulco handelsroute emigreerde er veel bewoners uit Latijns-Amerika naar de Filipijnen.  Dit zorgde voor een gemeenschap met invloeden uit Spanje, Latijns-Amerika en de lokale bevolking. De Spanjaarden introduceerde een nieuw educatiesysteem. Er werden universiteiten, hogescholen en beroepsscholen opgericht wat geresulteerd heeft in dat de inwoners van de Filipijnen tot de hoogstopgeleiden in Azië behoorden. Ook werden er elementen uit de westerse samenleving geïntroduceerd zoals de Spaanse wetgeving, de gregoriaanse kalender en nieuw etenswaren zoals mais en chocolade.

De Spanjaarden creëerden ook de principalia. Dit was de bovenklasse in de Filipijnse samenleving. Deze mensen hadden lokaal de macht. Dit oligarchisch systeem zorgde voor een grote verandering. Land werd nu privé-eigendom en het gemeenschappelijke gebruik en bezit van niet langer toegestaan. Ook kregen de principalia titels.

De Spaanse periode 1700 – 1800

De Filipijnen zouden nooit een winstgevende kolonie voor de Spanjaarden blijken te zijn. Dit kwam mede door de tachtigjarige oorlog met de Nederlanders en het steeds weer oplaaiende conflict met de moslims in het zuiden. Dit zorgde ervoor dat de koloniale schatkist bijna leeg was geraakt. De Spanjaarden adviseerden koning Charles II om de kolonie te verlaten.

De sterk verzwakte kolonie was een makkelijke prooi voor de Britten. Op 4 januari 1762 werd Spanje de oorlog verklaard en op 24 september bereikten de Britten de baai van Manilla met een groot leger vanuit India. Manilla gaf zich op 4 oktober over. De Filipijnen waren tot april 1764 een kolonie van de Britten. De Spanjaarden kregen Manilla weer terug als onderdeel van vredesonderhandelingen. De Binondo gemeenschap werd vervolgens vervolgt door de Spanjaarden vanwege het helpen van de Britten.

Na de Britse periode besloot Spanje in 1766 om een directe communicatie in te stellen tussen Spanje en de Filipijnen. Ook werd er een handelslijn opgezet tussen de Filipijnen en Spanje.

De Spaanse periode 1800 – 1900

In de 19e eeuw investeerde Spanje in scholing en infrastructuur op de Filipijnen. Deze investering gaf een groot impuls aan de economie. De levensstandaard op de Filipijnen schoot omhoog en was beter dan de meeste Aziatische en veel Europese landen in die tijd. Spaans Manilla was het voorbeeldmodel van een koloniale regering dat de belangen van de lokale bewoners boven dat van de koloniale macht stelden. In 1900 was de Filipijnen gegroeid tot het tweede rijkste land in Azië, net achter Japan en ver voor China en India. In dat jaar verlieten de Spanjaarden de Filipijnen.

De Filipijnse revolutie 1896 – 1898

De Filipijnse revolutie begon in 1896 wanneer de Spaanse autoriteiten een geheime organisatie tegen de koloniale overheersing ontdekte. Deze organisatie heette Katipunan en stond onder leiding van Andrés Bonifacio. Er werd door Katipunan opgeroepen tot gewapend verzet tegen de Spaanse kolonisten. Wat volgde was een aanval door leden van Katipunan op de stad Manilla. Deze aanval werd door de Spanjaarden afgeslagen maar dit was het startsein voor het uitbreken van de revolutie in andere delen van de Filipijnen. Er kwam een einde aan de gevechten tussen de Spaanse kolonisten en de inwoners van de Filipijnen toen Bonifacio stierf in 1897. Er ontstond verdeeldheid in de gelederen van Katipunan over de opvolging van Bonifacio. Dit resulteerde in een staakt het vuren tussen de Spaanse kolonisten en de Filipijnse inwoners. Leden van de Katipunan organisatie, waaronder Emilio Aguinaldo, verkozen ballingschap in Hong Kong. Andrés Bonifacio zou later bekend komen te staan als de vader van de Filipijnse revolutie.

De Filipijnse geschiedenis: de Amerikaanse koloniale periode

Deze periode loopt van 1898 tot 1946. De Filipijnse bevolking dacht dat ze een gezamenlijke bondgenoot hadden tegen de Spaanse kolonisten maar de Amerikanen bleken de volgende kolonisten te zijn. Hieronder lees je meer over deze periode.

De Spaanse – Amerikaanse oorlog 1899 – 1902

De Spaanse-Amerikaanse oorlog begon door een incident in Cuba. In Cuba is vanaf 1868 een revolutie gaande tegen de Spaanse kolonisten. Wanneer er in januari 1898 rellen uitbreken in Havana stuurt Amerika de USS Maine, een Amerikaans marineschip, om de Amerikaanse burgers in Havana te beschermen. Op 15 februari was er een ontploffing bij het marineschip waardoor het zonk in de haven van Havana. Amerika eiste maatregelen van de Spaanse kolonisten. De Spaanse kolonisten startte de onderhandelingen met de Cubaanse vrijheidsstrijders. Het vredesverdrag werd verworpen door de Cubanen. De Amerikaanse opinie over de Spaanse inmenging op Cuba veranderde snel door propaganda in verschillende krantenartikelen. De Amerikaanse bevolking steunde de onafhankelijkheidswens van de inwoners van Cuba en de president besloot tot militair ingrijpen. Dit begon met een zeeblokkade van Cuba door Amerika op 21 april 1898. Spanje verklaarde Amerika op 23 april de oorlog waarop Amerika op 25 april volgde.

Op 1 mei 1898 viel de Amerikaanse Marine de haven van Manilla aan en vernietigde ze daar de Spaanse vloot en veroverde de haven van Manilla.  Er waren echter kapers op de kust. Naast de Fransen, Engelsen en Japanners loerden vooral de Duitsers op een gemakkelijke overname van de Filipijnen nadat de Amerikanen de Spanjaarden zouden hebben verjaagd. De Amerikanen haalde Aguinaldo terug van zijn ballingschap in Hong Kong om samen de Spanjaarden te verslaan. De Spaanse – Amerikaanse oorlog kwam ten einde. Op 12 juni riep Aguinaldo de onafhankelijkheid van de Filipijnen uit. Na 333 jaar Spaanse kolonisatie zijn de Filipijnen een onafhankelijke republiek geworden.

De eerste Filipijnse republiek 1899 – 1901

In december 1898 verkocht Spanje de Filipijnen aan de Amerikanen. Nu waren de Amerikanen de kolonisten van de Filipijnen. De eerste Filipijnse republiek werd officieel gevestigd op 23 januari 1899 tijdens de openbare aankondiging grondwet in Malolos, de officiële hoofdstad van de eerste Filipijnse republiek.

De Filipijnse – Amerikaanse oorlog 1899 – 1902

De Filipijnse onafhankelijkheid was echter van korte duur. In Manilla bevonden zich nu geen Spaanse soldaten meer. Deze waren echter vervangen door Amerikaanse soldaten. Dit zorgde zo nu en dan voor spanningen. Op 4 februari 1899 liepen de spanningen zo erg op, nadat een Amerikaanse soldaat een Filipijnse soldaat had doodgeschoten, dat dit het begin was van de Filipijnse – Amerikaanse oorlog. De president van de Filipijnen heeft nog geprobeerd om de vriendelijke relatie met de Amerikanen te behouden maar dit bleek tevergeefs te zijn. Opnieuw werkte de Amerikaanse propagandamachine op volle toeren en was de algemene opinie dat Amerika er juist de Filipijnen beschermden tegen nieuwe kolonisatie van Europese landen. Generaal Otis, de baas van de Amerikaanse strijdkrachten op de Filipijnen, deed niets om een oorlog met de Filipijnse republiek te voorkomen. Ook zorgde Otis ervoor dat de Amerikaanse media niets negatief te lezen kreeg over de oorlog tegen de Filipijnse republiek. De Filipijnse strijdkrachten waren, ondanks groot in aantal, geen partij voor het Amerikaanse leger.

Veel Filipijnse strijders waren nog uitgerust met pijl en boog, speren en andere primitieve wapens. Het plan van de Filipijnse strijdkrachten was om een guerrillaoorlog te voeren en de Amerikaanse strijdkrachten telkens verliezen te bezorgen. De hoop was gevestigd op de verkiezing van een gematigde president zodat deze onder de druk van de bevolking de Amerikaanse troepen terug uit de Filipijnen zou trekken. Deze hoop kwam niet uit doordat er voor een andere president gekozen werd. Dit betekende dat de Amerikaanse strijdkrachten in de Filipijnen zouden blijven en dit werkte demoraliserend voor de Filipijnse strijdkrachten. Op 31 maart 1899 bezetten de Amerikanen de stad Malalos, waar de regering van de Filipijnen zetelt. President Aguinaldo moest vluchten naar een andere stad. Het lukte Aguinaldo om voor langere tijd uit de handen van de Amerikanen te blijven totdat hij uiteindelijk op 25 maart 1901 gevangen werd genomen. Aguinaldo beloofde trouw te zijn aan de Verenigde Staten en beval zijn medestrijden de wapens neer te leggen.

Gedurende de eerste Filipijnse republiek ontstonden er nog drie republieken, los van de Filipijnse republiek. Deze republieken werden na de overgave van Aguinaldo weer bij de Filipijnen gevoegd.

  • De Tagalog republiek in Luzon
  • De Negros republiek in de Visayas
  • De Zamboanga republiek in Mindanao

Op 2 juli 1902 kwam de Filipijnse – Amerikaanse oorlog officieel ten einde.

De Amerikaanse territoriale overheid op de Filipijnen 1901 – 1935

In1901 werd er door de Verenigde staten een commissie opgericht, geleid door William Howard Taft, die ervoor moest zorgen dat het fundament gelegd werd voor een nieuwe regering op de Filipijnen. De Taft Commissie had als taak om het rechtssysteem, gebaseerd op het Amerikaanse rechtssysteem, in te voeren op de Filipijnen. Er werden door de Commissie ambtenaren aangesteld. Ook kwam er een nieuwe Filipijnse regering die als taak had gekregen om de Filipijnen voor te bereiden op een eventuele zelfstandigheid. Er werd ook een commissaris van de Filipijnen aangesteld die een zetel kreeg in het huis van afgevaardigden op de Filipijnen. Er kwam een scheiding tussen kerk en staat, iets wat de afgelopen eeuwen niet het geval was. Ook kwam er een verbod op slavernij, piraterij en het koppensnellen.

Een belangrijk doel aan het begin van de Amerikaanse periode op de Filipijnen was om ervoor te zorgen dat de Spanjaarden de Filipijnen niet terug zouden kunnen veroveren. De Amerikanen voerden een anti-Spanje beleid die ervoor moest zorgen dat de Spaanse invloeden uit het dagelijks leven op de Filipijnen kwamen te verdwijnen. Zo werd het toenmalige Spaanse nationale volkslied ” Filipinas” verboden. Een andere effectieve manier was het invoeren van een nieuw onderwijssysteem, gebaseerd op de Engelse taal. Vanaf nu was niet Spaans maar Engels de nieuwe hoofdtaal. Dit zorgde ervoor dat de Spaanse periode in rap tempo werd vervangen door een samenleving gebaseerd op het Amerikaans model.

De Filipijnse handel bloeide weer op na een lange periode van onrust. De handel met het buitenland liep op van 62 miljoen pesos in 1895 tot 601 miljoen pesos in 1920. Daarvan kwam 66% van de handel voor de rekening van de handel met de Verenigde Staten. Ook maakte de gezondheidszorg een grote groei door. De gezondheidszorg was in 1930 op hetzelfde niveau als die in de Verenigde Staten. Gedurende de eerste wereldoorlog steunde de Filipijnen de Amerikanen met soldaten en goederen.

De grote depressie in de Verenigde Staten versnelde het onafhankelijkheid proces op de Filipijnen doordat de suikerindustrie in de Verenigde staten niet kon concurreren met de goedkope prijzen van suiker uit de Filipijnen. Daarom waren de vakbonden een groot voorstander van de onafhankelijkheid van de Filipijnen zodat ze de goedkope producten uit de Filipijnen konden weren. In 1935 werden het gemenebest van de Filipijnen opgericht nadat de Filipijnse onafhankelijkheidsverklaring getekend was. Hierin werd overeengekomen dat de Filipijnen over 10 jaar echt zelfstandig zouden zijn.

De Filipijnse geschiedenis: de tweede wereldoorlog

Op 8 september 1941 viel het Japanse leger de Clark luchtmachtbasis aan op de Filipijnen, tien uur na de aanval op Pearl Harbor. Dit was het begin van nieuwe gevechten op de Filipijnen.  Op 2 januari 1942 bezette de Japanse strijdkrachten Manilla. De overgebleven Amerikaans – Filipijnse strijdkrachten trokken zich terug naar het Bataan schiereiland en het eiland Corregidor. De gevechten duurden tot April 1942 toen de gecombineerde Amerikaans – Filipijnse strijdkrachten zich overgaven aan het Japanse leger. 80.000 krijgsgevangen Amerikaanse en Filipijnse soldaten werden gedwongen een 105 kilometer lange mars te lopen die bekend kwam te staan als de dodenmars van Bataan. Tijdens die mars kwamen ruim 11.000 krijgsgevangenen om het leven. Na de overgave begonnen de Japanners gelijk met de invoering van een nieuwe overheidsstructuur op de Filipijnen.

De tweede Filipijnse republiek 1943 – 1945

Het duurde nog tot oktober 1943 voordat Japan de Filipijnen uitriep als een onafhankelijke republiek. Aan het hoofd van de republiek stond de door Japan gekozen president Jose P. Laurel, die samen met het merendeel van de Filipijnse elite het land bestuurde. De voertaal werd Tagalog en op school werd lesgegeven in Tagalog. Op de Filipijnen was er een tekort aan alles omdat de Japanners brandstof en voedsel nodig hadden voor het voeren van oorlog. De suikerproductie op de Filipijnen werd door de Japanners vervangen door katoenproductie omdat de Japanners daar een tekort aan hadden. De katoenoogst mislukte compleet door onder andere een gebrek aan ervaring waardoor er veel mensen werkloos werden. De Filipijnse peso werd steeds minder waard en kwam onder de bevolking bekend te staan als Mickey Mouse geld.

Op de Filipijnen ontstond een actief ondergronds verzet tegen de Japanse overheersing. Deze bleek zo effectief te zijn dat de Japanners maar 12 van de 48 provincies op de Filipijnen onder controle zouden hebben. Het verzet zorgde voor informatie voor de Amerikanen en werden bevoorraad door de Amerikanen. Aan het einde van de Japanse overheersing waren er ongeveer 277 verschillende guerrillagroepen, bestaande uit ongeveer 260.000 individuen, actief in het verzet op de Filipijnen.

Op 20 oktober 1944 landen het Amerikaanse leger op het eiland Leyte. De Japanners waren vastberaden om de Amerikaanse opmars tegen te houden op de Filipijnen. De gevechten die volgde behoorde tot de bloedigste uit de oorlog in de grote oceaan, waaronder de grootste zeeslag uit de tweede wereldoorlog. De tweede Filipijnse republiek kwam op 17 augustus ten einde. De gevechten duurden tot 2 september 1945, wanneer Japan zich formeel overgaf.  Men schat dat er een miljoen Filipijnse burgers omgekomen zijn gedurende de 4 jaar van Japanse overheersing, een groot gedeelte daarvan in de laatste maanden van de oorlog.

De Filipijnse geschiedenis: het postkoloniale tijdperk

De Amerikanen hielden zich aan hun afspraak en verklaarde de Filipijnen onafhankelijk op 4 juli 1946. De Filipijnen zouden nog wel erg afhankelijk blijven van de Amerikanen. De tweede wereldoorlog heeft erg veel schade aangericht op de Filipijnen en de wederopbouw zou veel tijd kosten. Ook waren er nog steeds gewapende groepen actief op de Filipijnen die eerst vochten tegen de Japanse overheersing en nu tegen de nieuwe Filipijnse regering. Een bekende guerrillagroepering waren de Huks die gesteund werden door de communisten. Uiteindelijk zouden de Huks zich in 1954 overgeven aan de Filipijnse regering.

De derde Filipijnse republiek 1946 – 1965

Manuel Roxas werd de eerste president van de onafhankelijke Filipijnse republiek in 1946. Hij werd in 1949 opgevolgd door Elpidio Quirino, nadat Roxas in 1948 stierf aan een hartaanval. Quirino bleef vier jaar president van de Filipijnen. In 1953 kwamen er nieuwe verkiezingen. Deze werden gewonnen door, de door Amerika gesteunde, Ramon Magsaysay. Magsaysay was erg populair onder de Filipijnse bevolking. Hij beloofde economische hervormingen. Hij stierf in een vliegtuigongeluk in 1957. In het najaar van 1957 werd Carlos P. Garcia gekozen als president voor 4 jaar. Garcia werd opgevolgd door Diosdado Macapagal tijdens de verkiezingen in 1961 omdat er veel geruchten van corruptie waren rond de regering van Garcia. Macapagal veranderde de Onafhankelijkheidsdag van de Filipijnen van 4 juli naar 12 juni. Ook hervormde Macapagal de landbouw. Vanaf nu gingen boeren een vast huurbedrag betalen aan landeigenaren in plaats van een percentage van de opbrengst. Toch bleef een groot deel van de Filipijnse bevolking in armoede leven. Macapagal deed mee aan de herverkiezingen in 1965 maar werd verslagen door Ferdinand Marcos in 1965.

De Filipijnse geschiedenis: Ferdinand Marcos

Ferdinand Emmanuel Edralin Marcos (11 september 1917 – 28 september 1989) was van 1965 tot 1986 de tiende en langst regerende president van de Filipijnen.

De eerste regeerperiode van Marcos 1965 – 1969

In 1965 werd Ferdinand Marcos gekozen als president van de Filipijnen. Marcos ging voortvarend van start. Hij wilde van de Filipijnen een machtige moderne staat maken die niet meer afhankelijk zou zijn van buitenlandse inbreng. Hij beloofde de problemen in het land aan te gaan pakken en de armoede te gaan bestrijden. Marcos wilde de gerechtelijke macht vernieuwen en het gevecht aangaan met de criminaliteit en de (overheid)corruptie. Marcos gaf opdracht tot ambitieuze infrastructuurplannen met de aanleg van duizenden kilometers wegen en bruggen. Ook gaf hij opdracht tot grootschalige overheidsprojecten, waaronder het aanleggen van elektriciteit- en watervoorzieningen en het aanleggen van nieuwe scholen en gezondheidscentra. Ook gaf Marcos de opdracht om de landbouwproductie te verbeteren zodat de invoer van grote hoeveelheden rijst niet langer noodzakelijk zou zijn.  Om dit doel te bereiken had Marcos geld nodig. Het benodigde geld kreeg Marcos doordat hij de belasting verhoogde en via buitenlandse leningen. Doordat het geld voor een groot gedeelte terugvloeide naar overheidsprojecten was het Filipijnse volk op het begin tevreden met de nieuwe president. Verder deed Marcos goed zijn best om de vriendschappelijke relaties met Amerika goed te houden en Amerika zag in Marcos een president die de Amerikaanse belangen in de Filipijnen behartigt. Marcos besteedde het belastinggeld ook aan de opbouw van het Filipijnse leger. De genie van het leger kwam hierbij goed van pas vanwege de grote infrastructuurprojecten die in het land gerealiseerd moesten worden. Ook stelde hij een onderdeel van het leger beschikbaar om samen met de Amerikanen te vechten in Vietnam.

De tweede regeerperiode van Marcos 1969 – 1972

In 1969 kwamen er nieuwe verkiezingen waarbij Marcos herkozen werd als president van de Filippijnen. Marcos was de eerste president die voor een tweede termijn gekozen is. Dat Marcos de verkiezingen won was vooral te danken aan zijn eerste regeer termijn en het niet geheel eerlijk verlopen van de verkiezingen. In zijn tweede termijn werd Marcos met grote problemen geconfronteerd. Er was sprake van een economische crisis als gevolg van interne en externe factoren. Opstandige studenten eisten hervormingen in het onderwijssysteem, de criminaliteit nam toe en ook de communistische beweging werd groter. De in 1968 opgerichte communistische partij krijg een gewapende tak, de New People’s Army. Deze werd opgericht omdat ze meenden dat Marcos niet in staat was om de veiligheid van de Filipijnse burgers te kunnen garanderen. De communistische partij werd actief gesteund door het China van Mao Zedong.

Staat van beleg 1972 – 1981

Op 21 september 1972 plaatste Marcos de Filipijnen onder een staat van beleg omdat hij een staatsgreep vreesde. Marcos claimde dat het instellen van de staat van beleg hem beter in staat stelde om de sterker wordende communisten het hoofd te bieden. Tevens wilde hij de toenemende criminaliteit en vele privélegertjes aanpakken. Zo was er de New People’s Army, de gewapende tak van de communistische partij, die actief ondersteund werden door het China van Mao Zedong. Veel arme mensen van het platteland steunde deze beweging. In Mindanao was het Moro National Liberation Front opgericht om te vechten voor een onafhankelijk moslimstaat in het zuiden van de Filipijnen. Het resultaat van de staat van beleg was dat de persvrijheid werd opgeheven en politieke tegenstanders werden gearresteerd. Omdat de staat van beleg voor Amerika niet ongunstig was bleven de buitenlandse reacties hierop uit. Ook in de Filipijnen bleven de massale protesten uit omdat de staat van beleg ook zijn vruchten afwierp. De gewapende bendes en de criminaliteit werden hard aangepakt de Filipijnen werd in deze periode voor het eerst weer zelfvoorzienend met betrekking tot rijst. Ook begon Marcos een oorlog tegen het Moro National Liberation Front. Na het uitroepen van de staat van beleg nam de corruptie en machtsmisbruik door de Marcos en zijn vertrouwelingen groteske vormen aan. Hoge posities werden steeds meer bekleed door Marcos loyalisten en bijna alle grote bedrijven in de Filipijnen kwamen in handen van de Marcos familie.

De vierde Filipijnse republiek 1981 – 1986

Op 17 januari 1981 werd de staat van beleg opgeheven en riep Marcos de “Nieuwe Republiek” uit.  Toch veranderden er niet veel. Er was veel corruptie en maatschappelijke onrust op de Filipijnen. Hierdoor nam de groei en de ontwikkeling van de economie op de Filipijnen af. Marcos riep nieuwe verkiezingen uit in juni 1981. Deze werden met een verschil van 80% gewonnen door Marcos. Nu kon hij weer 6 jaar aan de macht blijven. Om zijn positie te verbeteren liet Marcos een van zijn politieke tegenstanders Benigno ‘Ninoy” Aquino vrij om behandeld te worden in Amerika. Bij zijn terugkeer naar de Filipijnen op 21 augustus 1983 werd Aquino op het vliegveld vermoord. Zijn weduwe, Corazon Aquino, werd het symbool van verzet tegen Marcos. Onder druk van de verenigde staten riep Marcos op 23 november 1985 vervroegde verkiezingen uit en Corazon Aquino werd naar voren geschoven om het op te nemen tegen Marcos.

EDSA – revolutie

Op 7 februari 1986 waren de verkiezingen die werden ontsiert door geweld en berichten van fraude. Volgens de officiële instantie, verantwoordelijk voor de verkiezing, had Marcos de verkiezingen gewonnen. De Nationale Beweging voor Vrije Verkiezingen riep Aquino uit als rechtmatige winnaar van de verkiezingen. Hierop verklaarde minister van defensie Enrile en luitenant-generaal Ramos dat ze de president niet langer konden steunen. Ze verschanste zich met enkele honderden soldaten in een kazerne bij Manilla. Marcos dreigde deze ongehoorzaamheid met geweld de kop in te drukken waarop  kardinaal Sin de bevolking opriep de opstandige soldaten te helpen. Enkele honderdduizenden mensen wierpen zich op als menselijk schild. Dit aantal groeide naar 1 tot 2 miljoen in een paar dagen tijd. Marcos durft zijn soldaten niet aan te laten vallen en veel van zijn soldaten liepen over. Op 25 februari werd Corazon Aquino in een eenvoudige inauguratieceremonie ingezworen als de nieuwe president van de Filipijnen. Door druk van de bevolking en diplomatieke druk van de Verenigde Staten koos Marcos ervoor om samen met zijn gezin de Filipijnen te ontvluchten. Marcos kreeg politiek asiel aangeboden op Hawaii. Op Hawaii heeft Marcos nog diverse malen aangegeven de rechtmatige president van de Filipijnen te zijn en heeft zelfs overwogen terug te keren. Hier is het nooit van gekomen. Marcos stierf op 72-jarige leeftijd.

De geschiedenis van de Filipijnen: De vijfde republiek 1986 – heden

De regering Corazon Cojuangco Aquino (1986 – 1992)

Aquino ging voortvarend van start. In februari 1987 werd de nieuwe Filipijnse grondwet in gebruik genomen,  een nieuwe senaat gekozen en er kwam een nieuw huis van afgevaardigden. Ook werden veel politieke gevangenen vrijgelaten en werden veel ambtenaren uit het tijdperk Marcos vervangen. Dit werd Aquino kwalijk genomen door de Filipijnse elite. Aquino had moeite om de Filipijnen weer politiek en economisch stabiel te maken. Dit kwam vooral omdat ze ook verschillende tegenstanders had. Dit resulteerde in 6 Coup pogingen tegen Aquino en aantal gewapende incidenten. Daarnaast was er ook de uitbarsting van de vulkaan Pinatubo die ervoor zorgde dat er 700 mensen omkwamen en meer dan 200.000 mensen dakloos werden. In september 1991 werd luchtmachtbasis Clark door de Verenigde Staten terug aan de Filipijnen gegeven en in december 1992 volgde de marinebasis in Zambales. Zo kwam na bijna een eeuw een einde aan de aanwezigheid van Amerikaanse soldaten op de Filipijnen.

De regering Fidel Valdez Ramos (1992 – 1998)

De presidentverkiezingen van 1992 werden gewonnen door Ramos. Ramos had het plan om de Filipijnen moderner en economisch sterker te maken. Dit resulteerde in een economische groei, wat helaas niet aan het arme deel van de Filipijnse bevolking ten goede kwam.  Onder Ramos kwam er verder een daling in de corruptie en werd er vredesonderhandelingen gevoerd met verschillende verzetsbewegingen wat resulteerde in een verdrag met het MNLF. Ramos kreeg in zijn regeerperiode te maken met een stroom crisis omdat de Filipijnen de groeiende vraag naar stroom niet kon leveren. Dit resulteerde in grootschalige stroomuitval. Ook kreeg Ramos te maken met een mogelijke oorlog met China over de Spratly eilanden. Verder brak in 1997 de financiële crisis uit in Azië. Ramos had goede plannen voor de Filipijnen maar heeft ze nooit allemaal kunnen uitvoeren omdat zijn regeerperiode ten einde kwam.

De regering Joseph Ejercito Estrada (1998 – 2001)

Estrada was een filmster die in 1998 gekozen werd als president van de Filipijnen. In zijn regeerperiode herstelde de economie zich van de financiële crisis in Azië. Ook laaide het conflict met het Moro Islamitisch Bevrijdingsfront weer op toen Estrade ze de totale oorlog verklaarde in maart 2000. In november 2000 werd Estrada beschuldigd van ondermeer omkoping en corruptie waarna er een afzettingsprocedure tegen Estrada werd begonnen. Dit werd echter tegengehouden door enkele senatoren die Estrada trouw bleven. Hierop gingen miljoenen inwoners de straat op waarop de Estrada regering ten einde kwam en de toenmalige vicepresident Arroyo gekozen werd als president van de Filipijnen.

De regering Gloria Macapagal-Arroyo (2001 – 2010)

Arroyo is de dochter van toenmalig president Macapagal. In haar presidentschap kreeg ook zij te maken met demonstraties en geweld. Aanhangers van Estrada, die het niet eens waren met de wettigheid haar presidentschap hielden verschillende demonstraties. Arroyo drukte deze de kop in door de demonstranten te laten oppakken. Arroyo won ook de verkiezingen van 2004 zodat ze een tweede termijn kreeg. In 2005 dreigde er een afzettingsprocedure tegen Arroyo omdat ze ervan werd beschuldigd publieke fondsen voor haar campagne gebruikt te hebben. Uiteindelijk stemde het huis van afgevaardigden tegen deze procedure. In februari 2006 maakte de president bekent dat er een coup poging was ondernomen. Hierop werd de noodtoestand uitgeroepen.Uiteindelijk kwam haar regeerperiode in 2010 ten einde.

De regering van Benigno Simeon Aquino II (2010 – 2016)

Noynoy Aquino was de 15e president van de Filipijnen en de enige zoon van Corazon Aquino en Ninoy Aquino.

De regering van Rodrigo Roa Duterte (2016 – heden)

Duterte was de burgemeester van Davao voordat hij in 2016 de president van de Filipijnen werd.

Lees hier verder wanneer je meer wilt weten over Holiday to Palawan